goederen

Thesaurus

goederen:

koophandelhandelsgoederen, koopwaar, have, handel,
Vertalingen

goederen

Güter, Warengoods, cargo, waresmarchandise(s), marchandises, bienscarico, nave da carico, merceبَضَائِعzbožívareαγαθάartículostavaratroba商品물품varertowarymercadoria, mercadoriasтоварыvarorสินค้าmallarhàng hóa物品, 商品商品סחורותстоки (ˈxudərə(n))
zelfstandig naamwoord meervoud meervoud
<woord met vage betekenis voor allerlei zaken> goederen naar het buitenland exporteren goederentrein gebruiksgoederen zoals een wasmachine, een koelkast
op een manier getrouwd zijn waarbij je alles met elkaar deelt