goedaardig

Thesaurus
Vertalingen

goedaardig

gefahrlos, geheuer, gutherzig, harmlos, unbeteutendbenign, unimportant, good‐hearted, kindinoffensif, mineur, sûr, bénin/bénigne, bon/bonne, gentil/-ille, gentimentsenza importanzabenignoحميدةдоброкачествени良性양성 (xutˈardəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. (van mensen) heel aardig een goedaardige man
2. kwaadaardig (van gezwellen) niet gevaarlijk een goedaardig gezwel