| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.782.016.935 Bezoekers. |
|
fout |
0,02 sec. |
|
fout1 zn fout (-en mv) [faut] iets dat niet juist is een fout maken/begaan een fout corrigeren koeien van fouten grote foutenkapitale/kardinale fouten grote foutenin de fout gaan het verkeerd doenEr is een fout in de berekening geslopen. er is ongemerkt een fout in de berekening gemaakt. fout2 bn fout [fɑut] niet zoals het moet;= foutief;= verkeerd; goed
Het gaat/loopt fout. goed fout zitten het helemaal verkeerd doenfout in de oorlog zijn geweest tijdens de Tweede Wereldoorlog de kant van de bezetters hebben gekozen Thesaurus Vertalingen fout aberration, erroneous, error, incorrect, mistake, mistaken, wrong, err, failure, false, fucked-up fout abusif, erreur, (être) d'intelligence avec l'ennemi, défaut, d'une manière fausse, erroné, faute, fautif/-ive, faux/fausse, incorrect, mal, incorrection, vice, tort fout ошибка fout chyba fout fejl fout error fout virhe fout greška, pogreška fout 間違い fout 실수, 오류 fout feil, feiltagelse fout błąd fout erro fout fel, misstag fout ข้อผิดพลาด, ความผิดพลาด fout lỗi fout 错误 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|