glazuur

Thesaurus

glazuur:

verglaassel
Vertalingen

glazuur

Emaille, Glasur, Zuckergussenamel, glaze, frostingvernis, glace, émail [dents], émail, glaçageتَغْطِيَةُ الكَعْكcukrová polevaglasurγλασάρισμαglaseadokuorrutusglazuraglassa降霜설탕을 입힘glasurlukiercobertura de boloсахарная глазурьglasyrน้ำตาลไอซิ่งบนขนมเค้กşekerli kek süsülớp phủ kem đường结霜 (xlaˈzyr)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. glad glimmend laagje op aardewerk Het glazuur is her en der gebarsten.
2. beschermend laagje op je tanden en kiezen Dit product kan bij overvloedig gebruik het glazuur van de tanden aantasten.