gissen

(doorverwezen van giste)
Vertalingen

gissen

enträtseln, erraten, mutmaßen, raten, vermutenconjecture, guess, surmiseconjecturer, deviner, prévoir, se douter de, estimeradivinar, conjeturar추측 (ˈxɪsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd giste , voltooid deelwoord heeft gegist
een vermoeden hebben (van) Ik kan alleen maar gissen wat zijn zijn motief is. gissen naar de daders van de aanslag