samengaan

(doorverwezen van ging samen)
Vertalingen

samengaan

accord, agree, mergeêtre d'accord, s'accorder, s'harmoniser, aller de pair (avec), s'accorder (avec), aller, s'unir (ˈsamə(n)xan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ging samen , voltooid deelwoord is samengegaan
1. bij elkaar passen Eenvoud en comfort gaan in dit hotel goed samen.
2. (van bedrijven) één geheel worden Deze brouwerijen zijn al samengegaan in de jaren tachtig.