overgaan

(doorverwezen van ging over)
Vertalingen

overgaan

entern, gellen, klingen, läuten, passieren, tönen, übergeben, überrennen, übertreten, vergehen, vorübergehen, vorüberkommensound, cross, gobeyond, pass, passby, transfer, mergeavancer, passer, sonner, surmonter, déborder, dépasser, résonner, etc], passer (de … à), passer (sur), passer à, passer dans la classe supérieure, se transformer (en), sonner [téléphone, franchir, tinterrumore, sano, secondo, solido, suono (ˈovərxan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ging over , voltooid deelwoord is overgegaan
1. ophouden Ik heb er een paar jaar flink last van gehad, maar het is helemaal overgegaan.
2. zittenblijven op school naar een hogere klas gaan overgaan naar de derde klas
3. (van een telefoon of bel) hoorbaar zijn Zodra de telefoon overging, nam ze op.