onderuitgaan

(doorverwezen van ging onderuit)
Thesaurus

onderuitgaan:

slippenuitglijden, wegglijden, uitschieten, uitschuiven,
Vertalingen

onderuitgaan

entgleiten (ɔndərˈœʏtxan)
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd ging onderuit , voltooid deelwoord is onderuitgegaan
1. vallen Door de gladheid gingen bijna alle fietsers onderuit.
2. iets niet goed doen, terwijl anderen het kunnen zien Het Nederlands elftal ging onderuit tegen Spanje.