gijzelaar

Vertalingen

gijzelaar

Geiselhostageotage, ravisseur/-euse, répondantόμηροςostaggioرَهِينَةٌrukojmígidselrehénpanttivankitalac人質인질gisselzakładnikrefémзаложникgisslanตัวประกันrehinecon tin人质заложник人質בן ערובה (ˈxɛizelar)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. iemand die gegijzeld is De terroristen hebben alle gijzelaars vrijgelaten.
2. iemand die een ander gegijzeld heeft Bij de bevrijdingsactie zijn de twee gewapende gijzelaars omgekomen.