gezondheid

Vertalingen

gezondheid

Gesundheit, Wohl, Wohlseinhealth, well‐being, cheerssanté, salubrité, (bonne) santé, à vos souhaits!, à votre santé!, à tes souhaitssaludصِحَّةzdravíhelbredυγείαterveyszdravljesalute健康건강helsezdrowiesaúdeздоровьеhälsaสุขภาพsağlıksức khỏe健康здраве健康בריאות (xəˈzɔnthɛit)
zelfstandig naamwoord vrouwelijk meervoud
toestand dat je gezond (1) bent een zwakke gezondheid hebben
zeer gezond zijn
<dat zeg je als iemand niest>
<dat zeg je als je tegelijk met iemand anders een glas alcoholhoudende drank gaat drinken>