gezond

Thesaurus

gezond:

gezondheidsbevorderend
Vertalingen

gezond

gesund, heil, tadelloshealthy, well, able, soundsain, sainement, en bonne santé, valide, salubre, sensésund, hälsosam, nyttigsanoصِحِّيّ, سَلِيمv dobrém stavu, zdravýsundγερός, υγιήςsaludable, en buen estado, salvo, sanoterve, terveellinen, vahingoittumatončitav, zdravヘルシーな, 健全な, 健康な건강에 좋은, 건강한, 건전한sunnmocny, zdrowysaudávelздоровыйดีต่อสุขภาพ, ที่ไม่เสียหาย, มีสุขภาพดีsağlam, sağlıklıkhỏe mạnh, lành lặn, tốt cho sức khỏe健康的, 良好的, 健康здравиבריא健康 (xəˈzɔnt)
bijvoeglijk naamwoord
1. ziek in goede lichamelijke en geestelijke toestand Ondanks zijn hoge leeftijd is hij goed gezond.
zeer gezond
nuchter en logisch nadenken
2. ongezond als iets goed voor je gezondheid is Sport is gezond als je niet overdrijft.