gezicht

Vertalingen

gezicht

Gesicht, Miene, Anblick, Angesicht, Ansicht, Antlitz, Aussehen, Äußere, Erscheinung, Sehen, Sicht, Übersicht, Visionface, vision, expression, sight, viewvisage, air, mine, face, vue, figure, vision, têtecaraوَجْهobličejansigtπρόσωποkasvotliceviso얼굴ansikttwarzrostoлицоansikteใบหน้าyüzmặtפנים (xəˈzɪxt)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
1. voorkant van je hoofd een gezicht met mooie ogen
iemand hard uitlachen waar hij bij is
iets aan zijn gezicht kunnen zien Ik kan je afkeuring op je gezicht lezen.
iemand alleen uiterlijk kennen en niet persoonlijk
op bezoek gaan Ik moet nodig weer eens mijn gezicht laten zien bij mijn ouders.
een ontevreden gezicht
2. wat je ziet Het silhouet van het dorpje tegen de horizon is een mooi gezicht.
3. zorgen dat je niet een slechte indruk maakt Ik stond bijna voor gek toen ik haar niet meteen herkende, maar ik kon nog net mijn gezicht redden.
4. bij een oppervlakkig zien of nadenken Op het eerste gezicht lijkt me dit geen moeilijk probleem.