gezang

Thesaurus

gezang:

liedliedje,
Vertalingen

gezang

Gesang, Liedsong, singingchantτραγούδι노래 (xəˈzɑŋ)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -en
1. het zingen het gezang van een merel
2. religie lied dat in de kerk wordt gezongen psalmen en gezangen