gezamenlijk

Thesaurus

gezamenlijk:

samentezamen,
Vertalingen

gezamenlijk

gemeinsam, allgemein, gemein, gemeinschaftlich, kolektiv, zusammenfassend, kollektivjoint, collective, commoncommun, ensemble, collectif, complet/complète, en commun, collectivement, concerté, conjointمُشْتَرَك, مُشْتَرِكٌkolektivní, společnýfælles, kollektivενιαίος, συλλογικόςcolectivo, conjunto, conjuntayhteis-kolektivni, zajedničkicollettivo, congiunto共同の, 集団の공동의felleswspólny, zbiorowycoletivo, em conjuntoобщий, совместныйförenad, gemensamซึ่งเป็นกลุ่ม, สัมพันธ์กันortak, ortaklaşachung, tập thể共同的, 集体的Съвместни (xəˈzamə(n)lək)
bijvoeglijk naamwoord
met of door alle betrokkenen Nederland en Vlaanderen voeren een gezamenlijk beleid op diverse gebieden. We betalen gezamenlijk de rekening van de borrel.