gezag

Thesaurus
Vertalingen

gezag

Autorität, Blendwerk, Gewalt, Herrschaftauthority, glamour, prestige, glamorautorité, gloire, prestige, autorités, bras, fermetéautoridadautoritàautoridadeسلطةorganαρχήорган权威權威orgánmyndighedviranomainen (xəˈzɑx)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. persoon of instantie die officieel de macht heeft het ouderlijk gezag over de kinderen het bevoegd gezag van de overheid
zelfstandig zonder anderen iets te vragen Ik heb dat op eigen gezag gedaan en ben dus verantwoordelijk.
2. toestand dat mensen naar je luisteren door je kwaliteiten en prestaties veel gezag hebben bij je collega's De overheid heeft steeds minder gezag bij het volk.