gewoon

Vertalingen

gewoon

(xəˈwon)
bijvoeglijk naamwoord
1. ongewoonbijzonder als iets niet opvalt en vaak voorkomt in een gewoon flatje wonen
gedraag je vooral niet anders dan anderen
2. als je iets vaak doet Wij zijn gewoon de zomer aan de kust door te brengen.

gewoon

gewöhnlich, geläufig, üblichordinary, usual, accustomed, common, customary, wonted, usedto, just, mundane, normal, proper, quotidian, vulgar, wont, everydayordinaire, habituel, accoutumé, (tout) simplement, franchement, habitué (à), normalement, populaire, commun, courant, banal, banalement, vulgaire, normal, ordinairement, simpleordinario, usualeعَادِيٌّobyčejnýalmindeligσυνηθισμένοςcorrientetavallinenobičan普通の보통의hverdagsligzwykłycomumобычныйvanligอย่างธรรมดาsıradanbình thường普通的 (xəˈwon)
bijwoord
<je zegt dit woord als je iets beweert zonder uitleg> Je moet gewoon doen wat ik zeg. Deze koffie is gewoon heerlijk!
<dat zeg je als reactie op iets waar teveel van is> Er is zo veel te eten, dat is gewoon niet mooi meer!