gevolg

Vertalingen

gevolg

Folge, Gefolge, Erfolg, Ergebnis, Konsequenz, Korollarium, Resultat, Sequenzconsequence, consistency, followers, suite, train, adherents, disciples, following, party, result, supporters, audience, retinueconséquence, cortège, escorte, suite, aboutissement, clique, résultat, effet, adhérents, parti, répersussion, cour, impactعَاقِبَةdůsledekkonsekvensσυνέπειαconsecuenciaseurausposljedicaconseguenza結果결과konsekvenskonsekwencjaconsequênciaпоследствиеkonsekvensผลลัพธ์sonuçhậu quả后果 (xəˈvɔlx)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud
1. oorzaak iets dat door en na iets anders gebeurt Hersenletsel kan verlamming tot gevolg hebben. De bosbrand heeft rampzalige gevolgen: veel mensen zijn hun huis kwijt.
met succes met goed gevolg een examen afleggen
van iets de oorzaak zijn De ziekte heeft de dood ten gevolge.
2. groep mensen die bij een belangrijk persoon hoort Eerst kwam de koningin met haar gevolg naar binnen.