gesprek

Vertalingen

gesprek

Gespräch, Konversation, Unterhaltung, Unterredungconversationconversation, dialogue, discussion, entretien호출chiamataκλήσηשיחה (xeˈsprɛk)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -ken
situatie dat mensen met elkaar praten een gesprek met iemand aanknopen Het onderwerp van gesprek is de toekomst van de vereniging.
niet opgebeld kunnen worden omdat je op dat moment met iemand anders belt Ik kon je niet bereiken, want je was in gesprek.