gespannen

Thesaurus

gespannen:

gestressdopgejaagd,
Vertalingen

gespannen

gespannt, angespannt, angestrengt, nervösstrained, tense, intent, tension, edgytendu, raide, constipé, explosif, irritableقَلِق, مُتَوَتِّر, مَشْدودnapjatý, nepřirozený, podrážděnýanspændt, kantetευέξαπτος, καταπονημένος, τεντωμένοςtenso, tensahermostunut, kireä, väkinäinennapet, razdražljiv, usiljenirritabile, tesoいらいらした, 不自然な, 緊張した강요된, 긴장한, 초조한anspent, anstrengt, irritabelnapięty, podenerwowanynervoso, tensoнатянутый, раздраженный, растянутыйansträngd, spänd, stingsligเคร่งเครียด, กระสับกระส่าย, ตึงเครียดgergin, zorlamabồn chồn, căng thẳng, gượng ép紧张的מתוח (xeˈspɑnə(n))
bijvoeglijk naamwoord
1. als je onrustig bent gespannen zijn voor een examen
2. (van een toestand) als iets naars dreigt te gebeuren een gespannen sfeer
in tegenspraak zijn met iets Tabaksreclame staat op gespannen voet met het terugdringen van longkanker.