gerust

Vertalingen

gerust

gelassen, gemütlich, ruhig, stilltranquil, calm, politenessparticlecalme, paisible, tranquille (xəˈrʏst)
bijvoeglijk naamwoord
1. weer rustig omdat je niet bang meer hoeft te zijn gerust terug naar huis gaan nadat de dokter gezegd heeft dat je geen ernstige ziekte hebt
zonder bezorgd te zijn Je kunt met een gerust hart deze drukke straat oversteken als het stoplicht groen is.
2. zonder bezwaar Je kunt me gerust 's avonds om elf uur nog opbellen.