gereedschap

Thesaurus

gereedschap:

werktuiggerei,
Vertalingen

gereedschap

Gerät, Utensilien, Zeug, Werkzeugmatériel, outil, outil(s), instrument, ustensilestool, implementutillaje, herramientaأَدَاةnářadíværktøjεργαλείοtyökalualatstrumento道具도구verktøynarzędzieferramentaинструментverktygเครื่องมือaraçcông cụ工具工具 (xəˈretsxɑp)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -pen
allerlei spullen om iets te doen of te maken Een hamer is gereedschap om een spijker in de muur te slaan. gereedschapskist tuingereedschap