geraamte

Vertalingen

geraamte

Gebälk, Gebein, Gerippe, Knochengerüst, Skelettskeletonsquelette, charpente, ossature, membrure, carcassescheletro (xəˈramtə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -n, -s
1. geheel van alle botten van het lichaam van een mens of dier
een heel magere persoon
2. architectuur (van een gebouw) balken en andere onderdelen die er stevigheid aan geven Het geraamte staat, maar het duurt nog zeker een jaar voor de school klaar is.