genade

Thesaurus

genade:

vergevingsgezindheidgoedertierenheid, gratie, kwijtschelding, vergiffenis, vergeving, pardon,
Vertalingen

genade

Begnadigung, Gnade, Mitleid, Nachsicht, Vergebung, Verzeihung, Erbarmenmercy, absolution, charity, grace, mercifulness, pardonpardon, grâce, compassion, merci, miséricorde, clémenceرَحَمَةٌslitovánínådeοίκτοςmisericordiaarmomilostmisericordia慈悲자비barmhjertighetlitośćpiedadeмилосердиеnådความเมตตาmerhametsự khoan dung宽恕 (xəˈnadə)
zelfstandig naamwoord meervoud -n, -s
1. situatie dat God of iemand anders je je verdiende straf niet geeft God om genade vragen De gevangen genomen soldaat smeekte om genade.
2. <dit roep je als je schrikt of opgewonden bent>