| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.784.289.605 Bezoekers. |
|
gemeen |
0,01 sec. |
|
gemeen bn gemeen [xəˈmen]
1 met de bedoeling iemand te benadelen;= kwaadaardig;= smerig iemand een gemene streek leveren 2 hevig; intens gemeen pijn doen gemeen koud zijn (iets met iemand) gemeen hebben (iets met iemand) gemeenschappelijk hebben;= dezelfde eigenschap hebben Mijn broer en zus zijn erg verschillend, maar ze hebben gemeen dat ze driftig zijn. Vertalingen gemeen gemein, infam, geizig, scheußlich gemeen abject, dégoûtant, immoral, lâche, malsain, repoussant, affreux/-euse, commun, en commun, méchamment, méchant, public/publique, rudement, ignoble, sale, vache, mauvais, sordide, vilain, bas/basse, bassement, chien/chienne, dégoutant gemeen común, desagradable, mezquino gemeen pérfido, desagradável, mesquinho gemeen infame, meschino, sgradevole gemeen lakomý, nepříjemný gemeen nederdrægtig, ond gemeen αντιπαθητικός, μοχθηρός gemeen paha, pihi gemeen gadan, škrt gemeen けちな, 嫌な gemeen 고약한, 인색한 gemeen elak gemeen ค่าเฉลี่ย, น่ารังเกียจ gemeen bần tiện, kinh tởm Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|