| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.780.559.266 Bezoekers. |
|
gemak |
0,01 sec. |
|
gemak zn onz gemak (-ken mv) [xəˈmɑk]
iets dat makkelijk en aangenaam voor je is;= comfort Die luxe hotelkamer is van alle gemakken voorzien. Nu ik het zo druk heb, is het een gemak dat de winkels dichtbij zijn. op je gemak rustig; haastig Omdat ik nog tijd genoeg heb, loop ik op mijn gemak naar het station. (iemand) op zijn gemak stellen zorgen dat (iemand) zich rustig en prettig voelt Het jongetje schrok erg, maar zijn moeder stelde hem snel weer op zijn gemak. met gemak zonder veel moeite;= makkelijk met gemak slagen voor je examen Houd je gemak! als iemand opgewonden is doe eens wat rustiger Thesaurus gemak: gemakkelijkheid, kalmaan Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|