geloven

(doorverwezen van geloofde)
Vertalingen

geloven

glauben, bedünken, befinden, dafür halten, erachten, meinenbelieve, think, deem, opine, account, accredit, credence, creditcroire, être d'avis, penser que, croire (que), jugercrédere, credereيُؤْمِنُ, يُصَدِّقُvěřittroπιστεύωcreeruskoasmatrati, vjerovati信じる, 信仰する...을 믿다, 믿다trouwierzyćacreditar, crerверить, считатьtroเชื่อ, เลื่อมใส ศรัทธาinandırmak, inanmaktin, tin tưởng相信, 笃信宗教相信 (xəˈlovə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd geloofde , voltooid deelwoord heeft geloofd
1. de overtuiging hebben dat iets waar is Ik geloof er niets van.
denken dat iemand de waarheid spreekt zonder daarvoor bewijzen te vragen
je zult uiteindelijk iets vervelends meemaken
2. religie denken dat er een opperwezen bestaat Zij gelooft niet meer sinds haar zestiende.