| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.781.859.574 Bezoekers. |
|
jong |
0,02 sec. |
|
jong1 zn onz jong (-en mv) [jɔŋ] pas geboren dier Onze poes heeft twee jongen gekregen. jong2 bn jong [jɔŋ]
1 als je nog niet lang geleefd hebt; oud Hij is al opa, maar hij heeft jonge kinderen bij zijn tweede vrouw. 2 als iets nog niet lang bestaat investeren in jonge kansrijke bedrijven Dat is nog een jonge wijn. jong en oud iedereen Jong en oud keek op televisie naar de eerste landing op de maan. jong geleerd, oud gedaan wat je leert als je jong bent, blijf je later kunnen van jongs af aan vanaf dat je kind was Van jongs af aan heb ik mijn vader geholpen in de winkel. Thesaurus jong: welp Vertalingen jong Abkomme, Abkömmling, Ableger, jugendlich, jung, Sproß, Sprößling, Welpe jong jeune, chaton [chat], chiot [chien], nouveau/nouvelle, petit [d'un animal], petit/petite, petit jong fanciulla, fanciullesco, fanciullo, giovane jong شَاب jong mladý jong ung jong νεαρός jong joven jong nuori jong mlad jong 若い jong 어린 jong ung jong młody jong jovem jong молодой jong ung jong อ่อนวัย jong genç jong trẻ jong 年轻的 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|