| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.768.944.404 Bezoekers. |
|
gelijk |
0,02 sec. |
|
gelijk1 zn onz gelijk ( mv) [xəˈlɛik] wat waar of juist is; ongelijkhet gelijk aan je kant/zijde hebben het juiste inzicht hebbengelijk hebben zeggen wat juist isiemand in het gelijk stellen zeggen dat wat iemand zegt waar of rechtvaardig isiemand gelijk geven toegeven dat iemand de waarheid zegt gelijk2 bn gelijk [xəˈlɛik] 1 hetzelfde of dezelfde;= identiek; ongelijk Die plaatjes zijn precies gelijk. 2 vlak;= egaal;= gelijkmatig; ongelijk iemand met gelijke munt betalen iemand op dezelfde manier behandelen als hij of zij jou behandelt Het is mij gelijk. het maakt mij niets uit met de grond gelijk maken (een gebouw) slopen gelijk3 bw gelijk [xəˈlɛik]
1 op hetzelfde moment;= tegelijkertijd gelijk vertrekken 2 meteen;= direct;= dadelijk wakker worden en gelijk opstaan gelijk op gaan even snel gaan Thesaurus Vertalingen gelijk alike, allthesame, atthesametime, equal, equally, even, flat, level, smooth, like, uniform, similar gelijk comme, égal, en même temps, lisse, plat, uni, (tout) comme, à l'heure juste, égal (à), également, ensemble, identiquement, immédiatement, pareillement, raison, tout de suite, partout, similaire gelijk podobný, stejný gelijk lige, lignende gelijk samanlainen, tasavertainen gelijk ravnopravan, sličan gelijk 等しい, 類似した gelijk 같은, 비슷한 gelijk lik, tilsvarende gelijk igual, semelhante gelijk jämbördig, liknande gelijk คล้ายคลึง, ซึ่งเท่ากัน gelijk bằng nhau, tương tự Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|