gek

Thesaurus
Vertalingen

gek

(xɛk)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -ken
1. iemand die niet goed bij zijn verstand is het gekkenhuis
2. raar of grappig mens
je kunt altijd vragen stellen waar niemand een antwoord op weet
de waarde is heel moeilijk vast te stellen
<commentaar dat je geeft als iemand zijn naam ergens op schrijft>

gek

verrückt, befremdend, irre, kurios, lächerlich, seltsam, sonderbar, toll, wahnsinnig, wunderlich, skurrilcrazy, mad, insane, lunatic, peculiar, ridiculous, nuts, odd, strange, fucked-upfou, drôle, aberrant, aliéné, étrange, ridicule, singulier, fou/fol/folle, affolé, agité, bête, bizarre, drôlement, fou (de), fou/folle, idiot, pas trop, sot/sotte, sottement, cinglé, cintré, délirant, insensé, maboul, sonnéαποκλίνων, παλαβός, τρελόςloco, dementeidiotico, ridicolo, pazzoمَجْنُون, مَجْنُونْbláznivý, šílenýskør, vanvittigälytön, hullulud気の狂った, 無茶な미친galszalonyloucoсумасшедшийgalenบ้า, วิกลจริตçılgın, kaçıkđiên疯狂的Луд (xɛk)
bijvoeglijk naamwoord
1. niet goed bij je verstand
heel erg gek
dit gaat te ver
ik verdraag veel, maar niet alles
2. grappig een gekke meid gekke bekken trekken
3. heel leuk
niet erg ver
op de plaatsen waar je het niet verwacht
erg blij zijn met je nieuwe mobieltje en het daarom veel gebruiken