geintje

Thesaurus

geintje:

pretje
Vertalingen

geintje

slyjoke, jokeblague, gaieté (ˈxɛincə)
zelfstandig naamwoord onzijdig meervoud -s
grapje Doe niet zo serieus, het was maar een geintje.
grapjes maken
een grap met iemand uithalen