| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.758.919.080 Bezoekers. |
|
gehoor |
0,01 sec. |
|
gehoor zn onz gehoor ( mv) [xəˈhor]
1 vermogen om te horen een scherp gehoor hebben 2 mensen die luisteren;= luisteraars;= toehoorders op het gehoor door alleen te luisteren een lied ten gehore brengen een lied zingen het gehoor strelen prettig klinken Het is geen gehoor! het is vreselijk om naar te luisteren goed in het gehoor liggen (van een melodie) prettig klinken en daardoor ook makkelijk te onthouden gehoor geven aan een verzoek doen wat gevraagd wordt een absoluut gehoor hebben muzieknoten op de goede hoogte kunnen zingen zonder hulp van een instrument geen gehoor vinden voor een voorstel niemand vinden die het voorstel wil steunen geen gehoor krijgen iemand opbellen zonder dat hij of zij de telefoon opneemt Thesaurus gehoor: publiek Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|