gebruikelijk

Thesaurus

gebruikelijk:

normaalgewoon,
Vertalingen

gebruikelijk

geläufig, üblichaccustomed, customary, usual, wonted, usedto, properhabituel, traditionnel, accoutumé, habituel/-elle, habituellement, usuel/-elle, classique, conventionnel, ordinaireordinario, usualesædvanligehabitualปกติכרגיל (xəˈbrœykələk)
bijvoeglijk naamwoord
ongebruikelijk zoals het altijd is In Nederland is het gebruikelijk op je werk te trakteren als je jarig bent.