gans

Vertalingen

gans

(xɑns)
zelfstandig naamwoord meervoud ganzen
1. watervogel die lijkt op een grote eend
domoor
2. dom meisje een onnozel gansje

gans

Gans, ganz, totalgoose, entire, whole, overall, alloie, entier, total, entier/entière, tout, tout (à fait), crucheχήναganso, ocaгусьtutta, ocaإِوَزَّةhusagåshanhiguskaガチョウ거위gåsgęśgansogåsห่านkazcon ngỗng (xɑns)
bijvoeglijk naamwoord
geheel de (god)ganse dag
met heel je hart