uitgeven voor

(doorverwezen van gaf zich uit voor)
Vertalingen

uitgeven voor

(ˈœytxevə(n) vor)
werkwoord wederkerend
enkelvoud onvoltooid verleden tijd gaf zich uit voor , voltooid deelwoord heeft zich uitgegeven voor
doen alsof je iemand of iets bent zich uitgeven voor een gediplomeerd arts