Printer Friendly
Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary
1.724.819.121 Bezoekers.
forum mailing list For webmasters
?
New: Language forums
English
Dictionary
Español
Spanish
Dictionary
Deutsch
German
Dictionary
Français
French
Dictionary
Italiano
Italian
Dictionary
العربية
Arabic
Dictionary
中文简体
Chinese Simplified
Dictionary
Polski
Polish
Dictionary
Português
Portuguese
Dictionary
Nederlands
Dutch
Dictionary
Norsk
Norwegian
Dictionary
Ελληνική
Greek
Dictionary
Русский
Russian
Dictionary
Türkçe
Turkish
Dictionary
?

gaan

0,02 sec.
gaan
ww gaan (ging enk ovt; is gegaan volt deelw) [xan]
1 bewegen en daardoor van plaats veranderen
naar huis gaan
met de fiets gaan
teruggaan
2 beginnen met een handeling
gaan slapen
aan het werk gaan
uit varen gaan
in de politiek gaan
met pensioen gaan
3 kunnen, mogelijk zijn of passen
Er gaan twaalf dozen in een kist.
Dat gaat niet.
4 zich ontwikkelen, verlopen
Het gaat goed met de zieke.
Hoe gaat het?
5 klinken
De telefoon gaat.
De bel gaat.
ervandoor gaan
weggaan, vluchten
er flink tegenaan gaan
hard werken
ervoor gaan
je ergens helemaal voor inzetten
eraan gaan
kapotgaan of omkomen
Vertalingen
gaan go, goonfoot, ride, shall, sound, travel, will, bed, bend, do, elope, step
gaan andar, ir
gaan jít
gaan
gaan mennä
gaan ići
gaan 行く
gaan 가다
gaan dra
gaan ir
gaan åka
gaan ไป เคลื่อนไป ออกไป
gaan gitmek
gaan đi
gaan


Voeg toe aan iGoogle
Gratis Website inhoud – Webmaster tools

?Pagina hulpmiddelen
Printer vriendelijke
Citeer / link
E-mail
Feedback
 Woord Browser:
?

Disclaimer | Privacy policy | Feedback | Copyright © 2009 Farlex, Inc.
Alle inhoud van deze website, met inbegrip van woordenboeken, thesauri, literatuur, geografie, en andere referentie-gegevens is alleen voor informatieve doeleinden. Deze informatie moet niet worden beschouwd als volledig, up-to-date, en is niet bedoeld om gebruikt te worden in plaats van een bezoek, raadpleging, of adviezen van juridische, medische, of een andere professioneel. Voorwaarden voor gebruik.