fronsen

Vertalingen

fronsen

furchen, zusammenziehen, die Stirn runzelnfurrow, wrinkle, frownentraîner, rider, froncer les sourcilssolco, disapprovareيَعْبِسُmračit serynke pandenκατσουφιάζωfruncir el ceñorypistää otsaansamrštiti seまゆをひそめる눈살을 찌푸리다rynke pannenzmarszczyć brwifranzir as sobrancelhas, franzir o sobrolhoхмурить бровиogillaทำหน้าบึ้งkaşlarını çatmaknhíu mày皱眉皺眉 (ˈfrɔnsə(n))
werkwoord
enkelvoud onvoltooid verleden tijd fronste , voltooid deelwoord heeft gefronst
rimpels boven je wenkbrauwen maken als je boos bent of nadenkt je wenkbrauwen fronsen