franje

Thesaurus

franje:

poespas
Vertalingen

franje

Frange, Fransefrindge (ˈfrɑɲə)
zelfstandig naamwoord meervoud -s
1. versiering van losse draadjes of kwastjes een vloerkleedje met franje
2. overbodige versiering iets van alle franje ontdoen