| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.111.066 Bezoekers. |
|
fluiten |
0,02 sec. |
|
fluiten ww fluiten (floot enk ovt; heeft gefloten volt deelw) [ˈflœytə(n)]
1 op een fluit blazen 2 het geluid van een fluit maken vogels fluiten een vrolijk liedje fluiten naar de meisjes fluiten op je vingers fluiten 3 scheidsrechter zijn bij een wedstrijd Ik fluit bij het pupillenelftal. geen fluit niets Daar kun je naar fluiten. dat ben je voor altijd kwijt Thesaurus fluiten: pijpen Vertalingen fluiten siffler, arbitrer [sport], jouer de la flûte, arbitrer fluiten fischietto, fischio, zufolare, fischiare fluiten يُصَفِر fluiten zapískat fluiten fløjte fluiten σφυρίζω fluiten silbar fluiten viheltää fluiten zviždati fluiten 口笛を吹く fluiten 휘파람을 불다 fluiten plystre fluiten gwizdnąć fluiten assobiar fluiten свистеть fluiten vissla fluiten เสียงผิวปาก fluiten ıslık çalmak fluiten huýt sáo fluiten 吹口哨 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|