flard

Thesaurus

flard:

lapvod, homp,
Vertalingen

flard

Fetzen, Hader, Lappen, Schwaderag, scraplambeau, chiffon, bribelobo (flɑrt)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
los deel Haar jurk was helemaal aan flarden gescheurd. Ik kon slechts flarden van het gesprek horen.