flank

Thesaurus

flank:

kantrand, zijkant,
Vertalingen

flank

Flanke, Seitesidecôté, flanc, traversbokflancoflancoflankflankeالجناح側面측면 (flɑŋk)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
zijkant een paard klopjes op de flank geven De auto werd door de vrachtwagen in de flank geraakt.