fijn

Thesaurus
Vertalingen

fijn

delikat, fein, gelinde, hübsch, schön, spitzfindig, subtil, zartfine, beautiful, handsome, refined, subtle, tasty, dainty, delicate, lovely, nice, smoothfin, délicat, savoureux, subtil, succulent, beau, delié, tendre, agréable, agréablement, subtilement, léger/légère, légèrement, menu, délicatement, orthodoxesuculentoastuto, perspicace (fɛin)
bijvoeglijk naamwoord
1. leuk, prettig ik wens je een fijne vakantie toe. Je bent een fijne meid!
ironisch je hebt geen goede manieren
2. grof in zeer kleine deeltjes fijn zand
een kam waarvan de tanden dicht bij elkaar staan
3. van heel goede kwaliteit fijne vleeswaren klein maar fijn
4. ik ken de details niet