| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.769.132.634 Bezoekers. |
|
feit |
0,02 sec. |
|
feit zn onz feit (-en mv) [fɛit] iets waarvan zeker is dat het gebeurd is of dat het waar is
het is een feit dat... een vaststaand feit een feit dat zeker iseen voldongen feit een feit waaraan je niets meer kunt verandereneen strafbaar feit plegen iets doen waarvoor je door de rechtbank kunt worden gestraftiemand met de neus op de feiten drukken iemand confronteren met de feitende feiten spreken voor zich er is verder geen toelichting nodigachter de feiten aanlopen maatregelen nemen of meningen geven op een moment dat die al achterhaald zijnde feiten verdraaien de zaken anders voorstellen dan ze in werkelijkheid zijnin feite eigenlijk, inderdaad Thesaurus feit: waarheid Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|