feestdag

Thesaurus

feestdag:

jaarfeest
Vertalingen

feestdag

fêteFeiertagholidayпраздник (ˈfesdɑx)
zelfstandig naamwoord meervoud -en
1. dag waarop je feest viert
2. jaarlijkse dag dat je iets herdenkt een christelijke feestdag een nationale feestdag op zon- en feestdagen