even

Vertalingen

even

(ˈevə(n))
bijvoeglijk naamwoord
oneven door twee deelbaar vier, zes en acht zijn even getallen
de kant van de straat met de even huisnummers
het maakt mij niets uit

even

ebenso, gepaart, gleich, gleichfalls, Paar‐, paarig, paarweise, so, gerade, kurzeven, momentarily, afewminutes, alike, allthesame, amoment, as, awhile, equally, likewise, so, that, brieflyaussi, pair, pareillement, de même, si, également, un moment, ainsi, comme, tellement, brièvementزَوْجِيّ, لـَحْظَةًkrátce, sudýkort, ligeεν συντομία, ζυγόςbrevemente, parlyhyesti, parillinenkratko, parnibrevemente, pari偶数の, 簡単に간단히, 일정한jevn, kortkrótko, parzystybrevemente, parкоротко, четныйjämn, kortfattatคู่, อย่างสั้นkısaca, tekmột cách ngắn gọn, số chẵn双数的, 简要地 (ˈevə(n))
bijwoord
1. korte tijd Ik ben even weg maar ben zo weer terug.
een stukje verderop in de straat
2. net zo Jullie zijn allebei even lief.
3. <in allerlei uitdrukkingen zonder een eigen betekenis>
dat ging snel
dat zal ik doen