etter

Thesaurus

etter:

pusetterbak,
Vertalingen

etter

Eiterpus, creep, pain in the neckpus, connard, emmerdeurгнойmateria purulentaEtterEtteretter (ˈɛtər)
zelfstandig naamwoord mannelijk meervoud -s
1. meervoud g.mv. geel-wit vocht dat uit een ontstoken wond komt Het abces is nog niet genezen, maar er komt geen etter meer uit.
2. ongunstig vervelende persoon Wat een vervelende etter!