| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.785.641.001 Bezoekers. |
|
hangen |
0,03 sec. |
|
hangen ww hangen (hing enk ovt; heeft gehangen volt deelw) [ˈhɑŋə(n)]
1 aan de bovenkant vastmaken of vastzitten De lamp hangt laag boven de tafel. Ik heb een foto van mijn idool aan de muur gehangen. 2 niet rechtop staan of houden je hoofd laten hangen als je somber bent De planten in de tuin hangen door te weinig water. van moeheid in je stoel hangen met hangen en wurgen met zeer grote moeite met hangen en wurgen slagen voor je examen blijven hangen ergens blijven terwijl je dat niet van plan was Ik ging even langs om een pakje af te geven, maar ik ben blijven hangen, zo gezellig was het. Ik ben blijven hangen aan mijn man, maar eigenlijk wilde ik met een ander trouwen. erom hangen onzeker zijn Het hangt erom of we met vakantie kunnen. Thesaurus hangen: zweven Vertalingen hangen pendre, retomber, suspendre, (sus)pendre, aspirer (à), être attaché (à), être pendu, être suspendu, pencher hangen висеть hangen يَشنِق hangen viset hangen hænge hangen κρεμιέμαι hangen estar colgado hangen roikkua hangen visjeti hangen pendere hangen 掛かる hangen 걸려 있다 hangen henge hangen wisieć hangen cair, estar pendurado hangen hänga hangen ฆ่าด้วยการแขวนคอ hangen asılmak hangen rủ xuống hangen 悬挂 Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|