| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.785.517.369 Bezoekers. |
|
in |
0,01 sec. |
|
in1 bw in [ɪn] 1 in een richting naar binnen; uit De pianist komt de zaal in. 2 in de mode;= populair; uit Een kaalgeschoren hoofd bij mannen is in. 3 binnen de lijnen De bal is in. Dat wil er bij mij niet in. dat kan ik niet geloven ergens in kunnen komen iets kunnen begrijpen Ik kan erin komen dat hij na al die ellende niet meer naar zijn ouders gaat. in2 vz in [ɪn]
1 je gebruikt dit woord voor de plaats waarbinnen iets of iemand is de auto in de garage zetten 2 je gebruikt dit woord voor een tijdstip of tijdsduur In het jaar 2000 waren hier veel toeristen. In een uurtje zijn we bij je. 3 je gebruikt dit woord voor een getal of hoeveelheid een taart in twaalf stukken verdelen 4 je gebruikt dit woord als vast voorzetsel bij andere woorden in slaap vallen de handel in aandelen goed zijn in rekenen in hoog tempo je geld uitgeven Hoe een beschaafd mens kan veranderen in een bruut. in de veertig zijn tussen veertig en vijftig jaar oud zijn Thesaurus in: te, ter Vertalingen in a, in, inside, into, on, per, within, able, consider, during, epitomize, geminate, merge, nest, RIP, up to in à, au milie de, dans, en, parmi, à la mode, branché, câblé, in, pendant, par, sous, à/au (à+le)/aux (à+les), entre in al, tramite, all’interno, in in do, v in i, ind i, inden i in sisällä in u, uvod in ・・・の中に, ・・・の中へ, ・・・の内側に in ...안으로, ...의 안에, ...의 안쪽에 in dentro, em, para dentro de in i, in i, inne in เข้าไปข้างใน, ใน, ข้างใน in bên trong, vào trong Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|