| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.694.822 Bezoekers. |
|
schelen |
0,01 sec. |
|
schelen ww schelen (scheelde enk ovt; heeft gescheeld volt deelw) [ˈsxelə(n)]
1 verschillend zijn in een bepaald opzicht Mijn vader en moeder schelen acht jaar (in leeftijd). Het scheelt een slok op een borrel het maakt een groot verschil Het scheelde maar een haar of... bijna was... gebeurd Het had maar een haar gescheeld of hij was verdronken. Het kan me niet schelen. het laat me onverschillig eraan schelen niet in orde zijn;= mankeren Je kijkt zo treurig; wat scheelt eraan? Vertalingen schelen abweichen, differieren, ermangeln, fehlen, mangeln, sich unterscheiden schelen différer, être différent, manquer, avoir schelen declinare, distinquere Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|