| Nederlands Woordenboek / Dutch Dictionary 1.786.036.710 Bezoekers. |
|
liggen |
0,01 sec. |
|
liggen ww liggen (lag enk ovt; heeft gelegen volt deelw) [ˈlɪxə(n)]
1 horizontaal op een vlak rusten op bed gaan liggen Mijn bril ligt op tafel. 2 in genoemde positie of toestand zijn Die kostbare ring ligt zo maar voor het grijpen. op schema liggen 3 overeenkomen met je interesse of aard;= passen bij;= bevallen Dat werk ligt me wel. er duimendik bovenop liggen volstrekt duidelijk zijn voor de hand liggen vanzelfsprekend zijn eruit liggen niet meer gewaardeerd worden eruit liggen niet meer mogen meedoen aan een wedstrijd omdat je verloren hebt gaan liggen (van de wind) minder hard worden Thesaurus liggen: ligt Vertalingen liggen gelegen sein, liegen liggen être couché, être situé, convenir à, être, être alité, être en garnison (à) [armée], être en train de, être étendu, reposer, se trouver, tenir (à), tomber [vent] liggen bugìa, circostanza, giacere, mentire Voeg toe aan iGoogle Gratis Website inhoud – Webmaster tools |
|
| Gratis hulpprogramma's: |
Voor bezoekers:
Browser extensie |
Woord van de Dag |
Help
Voor webmasters: Gratis inhoud | Link | Lookup box | Dubbelklik om te zoeken | Wordt onze partner |
|---|