enig

Vertalingen

enig

(ˈenəx)
bijvoeglijk naamwoord
1. waarvan er maar één is de enige manier om het te doen
geen broers of zussen hebben
2. erg leuk Wat een enige ketting heb je om!

enig

einzig, allein, alleinig, bloß, ein gewisser, einer, etwas, irgend einer, irgendwer, jemand, einzigartig, einzigeronly, alone, any, anybody, sole, somebody, someone, unique, a, one, solitary, some, singularunique, seul, quelqu'un, un, d'une façon formidable, extraordinaire, le moindre, quelque, aucunúnicoalcuno, qualcheduno, solo, unicoوَحِيد, وَحِيدٌjedinýene-, enesteμοναδικός, μόνοςainoajediniただ一人の, 唯一の유일한bare, enejedynak, jedynyúnico, qualquerединственныйendaเพียงเท่านั้น, เพียงคนเดียวtekduy nhất唯一的, 任何任何כל (ˈenəx)
voornaamwoord
1. kleine hoeveelheid met enige vertraging arriveren
2. een of ander, welk(e) dan ook Ik vind wiskunde moeilijker dan enig ander vak.